Visitekaartjes, flyers en energie

Wat ik aan de TrendsExpo heb overgehouden, vraagt een vriendin. In ieder geval een heleboel visitekaartjes, pennen en flyers, zeg ik. Van andere ZP’ers, van interessante bedrijven, maar – ik zeg het eerlijk – vooral van mezelf. Ik had geen idee hoeveel ik moest laten drukken, dus dan in ieder geval een veilig aantal.

Uiteraard gaat het me helemaal niet om die papieren contacten, maar om de echte. De korte of langere gesprekjes die ik had met mensen die ik niet kende. Met mensen waar ik echt mee in gesprek was (leuk!) én met mensen die ondertussen al weer stiekem (dachten ze) om zich heen keken of ze geen interessantere contacten misliepen. Ze horen erbij, ik weet het, en het liet mij weer eens zien hoe de wereld van het netwerken soms ook in elkaar zit.

Maar het belangrijkste wat de beurs me heeft opgeleverd, is energie. Natuurlijk hebben die twee dagen me ook veel energie gekost, maar daar ben ik al weer van bijgekomen. Wat blijft hangen is de positieve energie, de zin om verder te gaan met waar ik mee bezig ben en de zin om nieuwe dingen op te pakken. Om met bekenden en onbekenden te praten over wie ze zijn, hoe en wat ze doen, wat ze belangrijk vinden en waarom dat zo is. En om dat op te schrijven en zo hun verhaal voor het voetlicht te brengen. Na al dat praten en luisteren van die twee beursdagen weet ik weer precies waarom ik tekstschrijver/journalist ben!

De vriendin herkent het en neemt nog een paar pennen mee naar huis.

Op 21 en 22 november had ik mijn eerste beurservaring op de TrendsExpo 2018.

Deel op:
Share

De tijd verglijdt

De tijd verglijdt

Daar zitten ze. Ouderen met vergevorderde dementie. De een kijkt onpeilbaar voor zich uit, een ander zit met de ogen dicht. Of glimlacht, moppert. Is soms zelfs bazig. Een enkeling wandelt rond, gaat zelf naar het toilet of dwaalt wat door de gangen. Het merendeel zit en doet weinig anders dan blijven zitten. Zonder zichtbare activiteit. Eén van de dames zegt een aantal keren dat ze ‘straks’ nog even wil lopen. Maar als ik aanbied om nu vast met d’r mee te gaan, blijft het bij straks.
Ik zit erbij en kijk ernaar.
Vraag me af of het erg is.
Eenzaamheid kan een gevaar zijn, maar lijkt in deze setting niet direct aan de orde. Ze wonen met z’n zevenen in een zorghuis. Zijn alleen op hun eigen kamer of samen in de huiskamer met open keuken. Net wat ze willen of op dat moment past. Er wordt op ze gelet. Er hangt een sfeer van rust en wie iets wil krijgt de ruimte. Wandelen, was opvouwen of boontjes snijden – alles mag.
En als het ‘niets doen’ tóch erg is, wíé vindt het dan erg?
Zijn dat de bewoners zelf of zijn wij het, de gezonde en nog fitte mensen? Door onze eigen bril ziet het leven van deze ouderen er saai uit. Doelloos ook. Door onze eigen bril zien we misschien verveling. Ga iets doen, denk ook ik soms bij mezelf. Maar zijn deze mensen – na een leven lang ‘iets doen’− nu niet gewoon in een fase van tijdloosheid? Met een leven dat in dementie verglijdt, zonder dat tijd een rol speelt? Ik weet het niet. Misschien – ik ben er nog niet uit – maar misschien vinden we dat in ons eigen hectische leven wel gewoon moeilijk om te accepteren.

Deel op:
Share

De oude Pfaff

De oude Pfaff

Ooit was je mooi en sterk, met één hand nauwelijks te tillen. Zeker niet als je ook nog in je koffer zat.
Als ik voorzichtig het zacht leren lipje van je koffer open, de klep eraf haal – kom je tevoorschijn. Eén bonk licht grijs ijzer. De zilverkleurige naald steekt fijntjes af bij de rest.
Je bent van mijn moeder geweest. Je was haar Pfaff, waarmee ze vijftig jaar geleden stukken zette op de overalls van mijn vader en waar ze later broeken, bloesjes en jassen mee naaide voor mijn broers en mij.
Nu sta je al jaren in een hoekje op mijn zolder te verstoffen. Als ik je al eens tevoorschijn haal, wil je alleen nog maar vooruit. Naar achter en zigzag weiger je. Ook nadat ik je jaren geleden voor honderd euro hebben laten oppeppen door een Pfaff kenner.

Deel op:
Share

Participeren of gewoon werken?

Participeren of gewoon werken?

De reclameborden hangen weer recht. De borden van de sponsor-die-geen-sponsor-meer-is zijn op de kop en achterstevoren gehangen en de zaterdagse rommel is van het veld. Tijd voor koffie. Het is half elf en de sencoruimte van de plaatselijke voetbalclub (lees: materiaal- en koffiehok) stroomt vol met mannen. Iemand vervangt nog even de vuilniszakken, een ander schenkt vast in. Als iedereen zit, wijst mijn buurman naar het hoofd van de tafel – ‘die man met die kale kop regelt ‘t allemaal’. En inderdaad, een ‘al wat oudere’ man zit klaar om het klussenlijstje langs te lopen.
“Zijn de planten gedaan?”
“Ja”, zegt de man wiens taak het was.
“Wie wil de stoffers en blikken controleren?”
“Ik wel”, zegt een ander.
De rest kletst ondertussen rustig door.
“Wacht even”, maant ‘het hoofd’, “zijn er nog agendapunten voor het overleg met de gemeente?”
Ja. Gerrit heeft wel iets. “Wiens zorg is het onkruid buiten de hekken?”
Het blijkt de gemeente te zijn.
“Dan mogen ze het wel vaker doen – het is geen gezicht.”
Zo gaat het nog even door. De ongeveer vijftien mannen van het seniorenconvent (senco) komen iedere dinsdagochtend van negen tot twaalf bij elkaar op het sportpark. Voor het verrichten van klein onderhoud op en rond de velden en in het clubgebouw. Ze beginnen met koffie, doen hun klussen – heg knippen, reclamedoeken ophangen, hang- en sluitwerk repareren, velden kalken of doucheputjes schoonmaken – bespreken tijdens de tweede koffieronde de zin en onzin van het leven, gaan nog weer even aan het werk (een enkeling heeft al genoeg gedaan en blijft zitten) en sluiten om half twaalf af met een borrel, biertje of glaasje limonade. De meeste mannen zijn oudgedienden. Voetbalden hier zelf ‘jaren’, waren jeugdleider of – zoals Roel (75) en Henk (79) zichzelf noemen – de ‘grote steunpilaren van vroeger’. Beiden speelden in het eerste elftal en Roel was jarenlang verzorger. Ook Puck (84) is zo’n oudgediende en tegelijk de oudste van het stel. Speelde in het 1e tot en met het 12e en stopte pas na zijn 62e verjaardag. Nu is hij verantwoordelijk voor het geld. Hij beheert de pot voor het jaarlijkse uitje (“met de vrouwen”) en telt wekelijks samen met Be (76) en Rinus (75) de kas van de clubkantine.
Het senco is een ‘klussenclub’. En meer. Ook de gezelligheid en het ‘ouwehoeren’ met leeftijdgenoten is belangrijk. “Elke dinsdagochtend wordt hier de wereld verbeterd.” Politiek, pensioen, de voor- en nadelen van computers… het komt allemaal voorbij en iedereen wil wel ergens iets over zeggen. De mannen mogen dan op leeftijd zijn, ze staan nog volop in het leven. Lezen de krant, volgen het nieuws en staan op zaterdag langs de lijn als het eerste elftal speelt. Hun ‘betaald werkzame leven’ ligt achter hen, maar werken doen ze nog steeds. Want zeg niet dat de dinsdagochtend vooral een koffieochtend is – er wordt gewoon gewerkt. Punt. Net als op die andere dagen waarop ze de deur uit zijn. Dan werken ze binnen de kerk of in een verzorgingshuis. Participeren heet dat tegenwoordig. Werken, noemen ze het zelf.
Als om half twaalf de borrel op tafel staat probeert ‘het hoofd’ nog even af te stemmen over het jaarlijkse uitje. Er wordt van alles geopperd. Een boottocht, pitch & put, het bekijken van oud ambachtelijk speelgoed (‘allemaal herkenbaar’) of toch gewoon – net als de afgelopen jaren – koffie en een borrel in het zalencentrum? ‘Het hoofd’ overziet zijn mannen en kiest praktisch. “De koffieochtend is op de fiets te doen en ook het minst gevaarlijk.”

Deel op:
Share