Theorie in de praktijk

Theorie in de praktijk

Chronisch mee-elastieken. Professioneel gezien vast niet de gelukkigste term om het vak van casemanager dementie te omschrijven. Formeel zou ze moeten zeggen dat ze mensen met dementie – en hun naasten – begeleidt en ondersteunt. Maar misschien, zegt de wijkverpleegkundige in opleiding tot casemanager, “is mijn werk wel vooral achterover leunen.”
Chronisch mee-elastieken. Ik hoor het tijdens een onderling overleg van casemanagers. Op uitnodiging van één van de casemanagers mag ik een keertje aanschuiven. Ik ben namelijk nieuwsgierig naar wat deze ‘spinnen in het web’ doen en betekenen voor mensen met dementie. Niet dat ik dat na zo’n overleg weet, maar het geeft wel een beetje een beeld. Er worden namelijk stellingen besproken en ervaringen uitgewisseld. Het is boeiend. Ik zie waar de theorie soms knelt met de praktijk.

‘Leidraad in mijn handelen’

‘De Zorgstandaard Dementie is de leidraad in mijn handelen’, is zo’n stelling. Deze landelijk vastgestelde notitie beschrijft de normen waaraan dementiezorg moet voldoen. Het casemanagement wordt daarin omschreven als ‘het gecoördineerd aanbieden van behandeling, zorg en ondersteuning rondom thuiswonende mensen met dementie en hun naasten.’
Dan de praktijk.
“Je bent een klein radertje in het geheel”, zegt de enige man in het gezelschap. “Wel een belangrijk radertje. Denk je. Maar de klant is koning, hij heeft eigen regie.” En dan nog, voegt hij eraan toe, “soms zijn er tien anderen die óók die regie denken te hebben.” Of, zoals iemand anders zegt: “Het wordt wel eens lastig als het besluit van een cliënt niet door de buitenwereld wordt geaccepteerd. ” Zoals die mevrouw die pertinent geen hulp wil. Prima, vindt de casemanager. “Dan niet. Maar als de buurvrouw vervolgens met de gemeente belt om te klagen over overlast…”
Of die alleenwonende cliënt, met weinig naasten en veel verschillende professionals. Ook hij heeft eigen regie. Maar wie voelt zich verantwoordelijk?
En neem de ‘vroegdiagnose’ die in de zorgstandaard de nodige aandacht krijgt. “Lastig”, vindt men. De thuiszorgmedewerkers die in veel gevallen al bij iemand over de vloer komen, zijn vaak solisten. Zo ervaart althans één van de aanwezigen. “Zij vinden het vaak lastig om een cliënt ‘af te geven’ en ‘door te spelen’ naar de casemanager. Ze weten heus dat ze moeten doen wat het beste is, maar toch. Als een cliënt ‘wegvalt’ ontstaat er al snel een gat in hun rooster…”

Te vroeg

Zo gaat het. Allemaal praktijk. En oh ja, die praktijk leert ook dat de vroegdiagnose wel eens te vroeg kan zijn, merkt iemand op. Of dat mensen überhaupt geen diagnose willen – hun naaste het allemaal niet aan willen doen. Het is het moment waarop de gespreksleidster, zelf geen casemanager, reageert. De theorie. “Weet zo iemand dan wel dat een diagnose deuren kan openen?” Bam. De praktijk reageert direct. “Ik vind dat heel erg boekentaal.” Collega’s knikken. Als iemand écht niet wil, dan niet. Eigen regie. Ook chronisch mee-elastieken kent zijn grenzen.

Deel op:
Share