Bloemen voor de dood

Bloemen voor de dood

De stemming had zo maar bedrukt kunnen zijn. Een ochtend confereren over eenzaamheid klinkt immers niet direct opgewekt. Alleen al in het programma komt het woord zeven keer voor – te beginnen met de titel: ‘Eenzaamheid raakt ons allemaal’. Direct daarna staat er bij de eerste spreker: ‘Eenzaamheid: waar hebben we het over…?’ Een andere spreker heet zelfs ‘specialist in eenzaamheid’. Toch is het geen trieste vrijdagochtend in woonzorgcentrum Rivierenhof, waar de conferentie plaatsvindt. Er wordt zelfs geregeld wat gelachen. Vooral bij de eerste spreker, Marinus van den Berg, geestelijk verzorger in een revalidatiecentrum en een hospice. Eenzaamheid gaat over gevoelens, “het is een wij-gevoel dat mist” en “het raakt ons allemaal”, zegt hij. Het is herkenbaar en herkenbaarheid roept kennelijk soms een lach op.
Het verhaal van Marinus is doorspekt met oneliners en anekdotes. Maar het is tegelijk boeiend, want zo herkenbaar. Zo schrijnend soms ook. Zoals de constatering dat “sommige mensen meer bloemen krijgen na, dan voor hun dood”. Of het voorbeeld waarin iemand vertelt dat ze voor de eerste keer oma is geworden en dat de ander zegt: ‘Oh, dat ben ik al drie keer’. Herkenningsgelach. Of is het een lach van lichte plaatsvervangende schaamte?
Eenzaamheid is een gevoel, wil Marinus er mee zeggen. En we pakken elkaar veel gevoelens af, zegt hij ook. Veel mensen voelen zich eenzaam, omdat ze niet durven te vertellen. “En als iemand het al durft – áls die oude meneer in het verzorgingshuis al durft te zeggen dat hij zich alleen voelt, is de reactie vaak: Kijk eens om je heen. Zie je medebewoners, zoveel activiteiten en wat een mooi huis…”
Herkenningsgelach. Opnieuw. Gevolg door een zacht zuchtend ‘tja’.
Het is, zegt Marinus, heel belangrijk dat je ‘oordeelsvrije mensen’ ontmoet, de ‘veilige vertrouwde vreemde’. Iemand die luistert en je gevoel laat bestaan. Iemand die achter de opmerking dat het eten niet goed smaakt, hoort dat iemand eigenlijk zegt: ik ben eenzaam.
De zaal luistert, knikt, lacht wat en herkent zich. Eyeopeners zijn het – ergens weten we het wel, maar wat doen we er mee? Wat doe ik ermee? Opslaan, verder vertellen en mijn best doen om het er steeds weer bij te pakken.
“Oordeelsvrij zijn.” Twee woorden, maar o zo moeilijk.
“Echt luisteren, iemands gevoel laten bestaan.” Niet altijd eenvoudig.
“Elkaar meer eren dan corrigeren.” Nog zo een waarvan je hoopt dat je het vanaf nu echt gaat doen.
Het is goed dat er mensen zijn zoals Marinus van den Berg, mensen die je een spiegel voorhouden en aanzetten tot nadenken én tot het veranderen van je houding.
Wethouder Nelleke Vedelaar – de laatste spreker op de conferentie – is onder de indruk van Marinus. Bloemen krijgt ze bij bosjes. Die van vandaag neemt ze niet aan. Nee, de ‘bedankt-voor-het-spreken -bos’ gaat naar een mevrouw uit de zaal. Zij gaat die middag bij iemand op bezoek en neemt ze heel graag mee.
Marinus gaf de tip.
Geef meer bloemen voor de dood.

Deel op:
Share